Schotelveer volgens ≈ DIN 2093, uitvoering voor algemeen gebruik. Deze schotelveren zijn gemaakt van verenstaal en hebben een gefosfateerde oppervlaktebedekking; de fosfaatlaag levert een geregelde voorbehandeling van het oppervlak voor montage, maar geeft geen claim op “hoog” corrosiewerendheid. Voor het ontwerp en de berekening van schotelveren wordt verwezen naar DIN 2092, zodat u de benodigde veerkracht en veerweg volgens de geldende rekenmethode kunt onderbouwen. In de specificatie wordt onderscheid gemaakt tussen twee staalkwaliteiten afhankelijk van de dikte: groep 1 met staal C67SG (t ≈ 1,25) en groep 2 met staal 51CrV4 (1,25 ≤ t ≤ 6,0), waarbij de randen van de schotelveren niet nagedraaid zijn. De veerkracht F wordt opgegeven als functie van een veerweg s ≈ 0,75·ho, waarbij ho gelijk is aan Lo − t. Er zijn drie uitvoeringen: type A (De/t ≈ 18, zwaar), type B (De/t ≈ 28, middel) en type C (De/t ≈ 40, licht). Als het type niet vermeld is, dan is de betreffende afmeting niet DIN-genormaliseerd. Bij elektrolytische nabewerkingen bestaat bovendien een waarschuwing voor waterstofbrosheid; houd hier rekening mee bij proceskeuzes en warmte-/behandelingstrajecten. Voor meer kritische toepassingen wordt geadviseerd schotelveren te kiezen uit de artikelgroepen 36300, 36302, 36303 en 36450.